Kiezen voor Doen wat werkt is kiezen voor iedereen doet mee.
En, iedereen moet mee doen
Een voorbeeld. Een agressieve jongere die op het verkeerde pad dreigt te raken, verandert niet zomaar in een modelkind. Vaak spelen er veel dingen tegelijk. Niet naar school willen maar rondhangen op straat, drugsgebruik, diefstalletjes, dreigen, noem maar op. Achter gesloten deuren plaatsen lijkt soms te werken, maar vaak gaat het weer fout bij terugkeer in het gezin. Omdat de jongere misschien wel iets is veranderd, maar het gezin en de omgeving van de jongere niet zijn mee veranderd. En daar draait het om in Doen wat werkt.
Het zorgprogramma Doen wat werkt richt zich op het veranderen van de jongere én het mee veranderen van de omgeving. Daarom doet deze omgeving mee in de behandeling.
Dat betekent wel dat de jongere start met een korte gesloten behandeling, de Time Out - de start van Doen wat werkt - . Dat is niet leuk, voor niemand niet – niet voor de jongere maar ook niet voor de ouders van die jongere- . Direct wordt in gezamenlijk overleg tussen de behandelaar, de ouders, de jongere, de voogd en een deskundige op het gebied van school het programma en vooral de terugkeer naar huis voorbereid. Ook wordt dan al overlegd met de mensen die betrokken zijn bij de thuisbehandeling. Want ondanks het gesloten begin, alles is gericht op het inzetten van de behandeling thuis.
En thuis, dat is ook terug in de buurt, op school, bij de vrienden. Daar zijn de problemen ontstaan en met ondersteuning van de thuisbehandelaar worden daar door jongere en ouders de oplossingen gevonden.